Onze 6000 km op kaart...
De geografische vorm van Chili, langgerekt en smal, zorgt ervoor dat auto rijden hier best simpel is. Verkeerd rijden is hier al een behoorlijke opgave. Ook in Argentinië is er eigenlijk maar een hoofdweg, de bekende Ruta 40. Deze weg strekt zich uit van Punta Loyola in het zuiden tot La Quiaca in het noorden, een slordige 5000km. Denk bij hoofdweg echter niet aan druk verkeer en mooie asfaltwegen... In het zuiden hebben ze de asfaltweg duidelijk nog niet uitgevonden. Grindwegen, ripio, zijn hier alom tegenwoordig. Op de meeste kan je nog wel een 50 á 60 km/h rijden, maar er zijn ook stukken waar dat echt onmogelijk is. Ik vrees dat anders de hele auto uit elkaar wou trillen. We moeten zeggen dat de tijd langsaam gaat aan 25 km/h. De ripio is vooral in bochten en hellingen een beproeving door zijn ´bobbelachtig´ karakter. Deze bobbels ontstaan door het doorslippen van de banden op het losse grind. Ik heb me tijdens onze ritten vaak Colin McRae gevoeld. En ... we zijn niet gecrasht, dus misschien toch maar een rallycarrière ambiëren?! In ieder geval, de oude E34 van Lille naar Turnhout is de hemel ten opzichte van vele wegen hier. Door de langgerektheid van de landen moeten we gelukkig vooral, met de steppe als achtergrond, rechtdoor rijden. Ons record is letterlijk 65km rechtdoor! Het is echter deze ééntonigheid, de staat van de wegen en de wind die voor veel ongevallen zorgt. Er gaan geen tien minuten voorbij of we komen wel een gedenkteken voor een overleden persoon tegen. Dit is meestal in de vorm van een klein huisje, waar de ziel van de overleden onderdak kan vinden. Wij geraken, ondanks stevige wind en opstuivend zand, wederom veilig op onze bestemming.
| herdenkhuisje voor overledenen naast de weg |
El Chaltén
El Chaltén is een klein dorpje geperst in een vallei tussen enkele machtige pieken, waarvan Mt. Fitsroy de bekenste is. (Deze berg zit verwerkt in het symbool van het merk Patagonië.) Er lopen ook hier veel toeristen rond, maar door de aanstaande herfst en winter loopt het toerisme stilletjes aan op zijn einde. Het is al een pak aangenamer als Torres del Paine. Door de gezapige sfeer die er heerst, voelen we ons volledig op ons gemakske en verblijven we vier nachten in en rond El Chaltén. Met de vele wandelkilometers van Torres del Paine in onze benen doen we het hier ook wat rustiger aan. We doen dagtochten tussen de 15 en 20 km en wanneer het weer het niet toelaat om te wandelen, duiken we de kroeg in om flessen Stella van 1 liter te ledigen. Onze laatste dag kriebelt het om van ´the beaten path´ te gaan. Stoutmoedig als we zijn, draaien we een gesloten wandelpad in. Wat volgt is een wandeling van 3 á 4 uur zonder één enkele toerist, met prachtige zichten over de Laguna Piedra Blanca en ... natte, koude, voeten. We stonden aan de verkeerde oever van de rivier en dus zat er niets anders op dan de rivier met gletsjerwater over te steken.
Het fijne aan reizen met een rijdend hotel is de totale vrijheid. Je gaat en staat waar je wil. Niemand is ons in 36 dagen komen wegjagen. Of ja toch, een carabinero kwam vriendelijke vragen of we een beetje verder konden gaan staan. Er moest ´s morgens een vrachtwagen passeren. ´´Doe maar rustig hoor, chicos. Eet eerst maar rustig verder! smakelijk!´´ Daarenboven is, na te veel onze rugzak in en uit te moeten laden in Brazilië, onze Chevy een welgekomen tussenpauze. Het werd ons al na enkele dagen duidelijk dat dit één van de beste manieren van reizen is. Alles op eigen tempo, geen rekening moeten houden met vervoer en slaapplaatsen. Maar toegegeven, je moet het ook leren ´durven´ om zo maar ergens in the middle of nowhere te gaan staan. Ergens inslaan waarvan je niet zeker weet waar het naartoe zal leiden... De eerste keer dat we effectief van de traditionele route afwijken, is na El Chaltén.
Na onze voeten te drogen, zwaaien we omstreeks 17u El Chaltén vaarwel en zetten we onze tocht verder richting noorden. Vier uur rijden en drie auto´s later, vinden we het welletjes geweest en zetten we ons aan de kant. Er is geen licht, er zijn geen mensen, er is niks. Alleen wind.
Next stop: Los Antiguos. Een dorpje aan Lago Buenas Aires en nabij Chile Chicos. Hier willen we terug de grens oversteken naar het langgerekt Chili. Voor we hier geraken, wordt onze aandacht getrokken door een bord dat er te professioneel uit ziet voor de omgeving waarin het staat. 'Cuevas de las Manos, Patrimonio de la Humanidad.' We grabbelen letterlijk onze laatste Argentijnse pesos bij elkaar en draaien af richting Cueva. Griet haalt haar beste rijkunsten boven en na een klein uurtje rijden, lijken we te arriveren in een soort enclave. Een canyon die niet veel moet onderdoen voor zijn Noord Amerikaanse tegenhanger, een rustig kabbelend riviertje geflankt door ranke bomenrijen en prehistorische tekeningen! Indrukwekkend om kunstwerken te zien die al meer dan 10000 jaar weer en wind trotseren onder een overhangende rots. Een geslaagde tussenpauze op een vrij eentonige weg van El Chaltén naar Los Antiguos. Hier aangekomen, geraken we, via tripadvisor, verzeild in een restaurant met Nederlandstalige uitbaters. Een cadeau dat we aan onzelf geven na 10 dagen pasta, rijst en soep. Na een 'klapke' met de eigenaar herorienteren we wederom onze plannen. Ruta 41 niet specialer dan andere wegen. Hij gaat niet heel erg hoog, is ook niet extreem lang en er zijn geen toeristische atracties op de weg. Ruta 41 is wel één van de minst bezochte routes in de Santa Cruz provincie. 177km grindweg slingert zich vanaf Lago Buenos Aires doorheen verschillende onherbergzame landschappen met een 1490 meter als 'hoogtepunt'. De desolaatheid van de omgeving is adembenemend. We laten de natuur langzaam tot ons doordringen, ook al omdat de staat van de weg het niet toelaat om sneller dan 25km/h te rijden. 75km, 3uur en tientalle nieuwe indrukken later, passeren we een piepklein grenspostje waar twee carabineros lijken te wachten op Godot. Stempeltje hier, klapke daar en hop, we zitten terug in Chili. Wanneer de avond valt, zetten we ons aan de kant. Er is geen licht, er zijn geen mensen, er is niks. Zelfs geen wind. Wanneer onze venstertjes zich 's morgens terug opende, zien we dat we het gezelschap hebben gekregen van enkele guanaco's. De guanaco is één van de soorten 'lama's' of beter gezegd, één van de soorten kameelachtigen. Naast de kameel en drommedaris zijn er dus nog vier soorten kameelachtigen. De guanaco, vicuña, alpaca en llama. Deze vier worden (in Europa) wel eens op een hoop gegooid en kortweg lama genoemd. De guanaco en vicuña zijn wilde dieren, terwijl de alpaca en llama als huisdier worden gehouden. Ze worden gebruikt als lastdier en hun wol is uiterst geschikt voor kleding. Het zijn deze alpacatruien (vooral uit Bolivia) die door alle toeristen, inclusief wij, gekocht worden voor een prikje. Naast de huidskleur zijn deze truien het belangrijkste onderscheid tussen locals en toeristen.:)
Na enkele uurtjes verder te bollen, stoten we op een zeer idyllisch uitziend vakantiepark/dorp. Eigenlijk zelfs wat te goed afgewerkt om in Zuid-Amerika te staan. Al zoekend naar een écht toilet om eens rustig naar de 'grote' WC te gaan in plaats van in de natuur, botsen we op een Engels sprekende jongeman. Ons vermoeden klopte dat de infrastructuur niet Zuid- Amerikaans is. Op een wel heel erg toevallige manier komen we te weten dat de...
We praten over onze reis, we praten over zijn vrijwillegers werk met guanaco's en praten over de 'Cuevas de Marmol'. Een natuur fenomeen op Lago Buenos Aires aan Chileense kant. Deze toeristische trekpleister willen we immers graag per gehuurde kajak bezoeken één der dagen. Spijtig genoeg bleek dit niet meer mogelijk sinds december 2015, omdat er een toerist dodelijk gewond was geraakt. Niet zomaar een toerist... Maar Douglas Thompkins. Hoe, wie, wat... Douglas Thompkins? Meneer Thompkins is oprichter van buitensportmerk 'The Nort Face' en van kledingmerk 'Esprit'; twee niet al te kleine merken. Na de verkoop van Esprit, begint hij met zijn 2de vrouw Kris, voormalig CEO van kledingmerk 'Patagonia', met het op kopen van gronden in Patagonië om er natuurgebied van te maken. Ik vermoed een soort van ecologische/ existientele (midlife) crisis, maar zeker een prachtig initiatief. Door de jaren heen verwefden ze meer dan 800 000 ha, op dat moment overbegraasd, land, een slordige 1/4 van de oppervlakte van België. Pumalin Park is wellicht de bekendste, maar wij stonden op dat moment in het (Futur) Patagonia Park. We hangen vol bewondering aan de lippen van onze Engelstalige vriend en lezen samen in één van de boeken geschreven door het millionairs koppel. Gedurende het vervolg van onze reis moet ik nog dikwijls terugdenken aan een quote die ons bijzonder ontroerden 'We have lived by the assumption that what was good for us, would be good for the world. We had been wrong... We must change our lives, so that it will be possible to live by the contrary assumption that what is good for the world, will be good for us.' Met een licht verbouwereerd hart rijden we langs het kleine vliegtuig van Douglas, dat staat te wachten op zijn baasje, richting Cuevas de Marmol.
De 'Cuevas de Marmol', de marmer grotten, zijn rotsformaties die met het verstrijken van de tijd ontstaan zijn door erosie en/of verwering. De oever van Lago Buenos Aires/ Lago General Cassera bestaat uit verschillende soorten gesteente vooral bestaande uit calciumcarbonaat. Enerzijds het zachtere sedimentaire gesteente kalksteen en anderzijds het zuivere hardere metamorfe gesteente marmer. Doordat het kalksteen door de aanwezigheid van water sneller verweerd dan marmer, zijn er op enkele specifieke locaties natuurlijke kunstwerken van puur marmer; marmergrotten en 'kathedraal van marmer.' Met een kwinkslag wordt hier gepraat over 'Carrera' marmer naar analogie met het meer en zijn veel bekendere (bijna) naamgenoot uit Italië. Het is dus hier dat Douglas Thompkins met enkele vrienden aan het kajakken was, toen en erg sterke Patagonische wind opstak. Ze worden richting het midden van het 1850km² grote meer (ongeveer de oppervlakte van Vlaams Brabant) gedreven en door 2m hoge golven kapseits Thompkins. Hij wordt met een helikopter nog naar het ziekenhuis gevlogen, maar door een lange tijd in het gletsjerwater sterft hij aan hypothermia.
Zoals reeds aangehaald, is er één hoofdweg in Chili die van noord naar zuid loopt. Naast het voordeel dat dit erg simpel is, heeft het ook wel enkele nadelen. Eén ervan leren we onderweg van Puerto Tranquilo naar Chaitén op de harde manier kennen. Niets vermoedend rijden we op een gezapig tempo doorheen steeds groener wordende valleien en zingen luidkeels mee met onze eigen Zuid-Amerikaanse 'Tophits' cd. In de leefruimte van onze auto proest Katharina, onze lifter van de dag, het uit van het lachen. Plots worden we rond 13.30 tegengehouden door wegenwerken. Ik vraag Katherina, die afkomstig is uit de buurt of ik de motor beter afzet of dat het maar enkele minuten zal duren. Ze trekt de schuifdeur open en gaat op onderzoek... Nog geen twee minuten later is ze al terug en volgt het verdict: gesloten tot 18u30 door werkzaamheden. In Europa zouden ze dit natuurlijk 's nachts uitvoeren, een alternatieve weg creëren of in het slechtste geval al kilometers van te voren laten weten dat er een versperring is. Maar dit is uiteraard Europa niet en we beginnen na twee maanden de Zuid-Amerikaanse manier van leven te verstaan en accepteren. Een bekend spreekwoord hier luidt: "Quien se apura (en la Patagonia), pierde El tiempo." "Wie zich haast (in Patagonië), verliest (de) tijd." We moeten dus wachten, maar hé, het weer is goed. We zetten snel ons staantafeltje int zonneke en maken ne goeie kaffe en een jat soep. We geraken aan de praat met de Franse Mathieu die de Carretera Austral aan het fietsen is en Katerina ontdekt nog een prachtige waterval niet ver van de weg, waar we met z'n allen naar gaan kijken. Voor we het weten is het 19u (18u30 is hier nooit 18u30) en kunnen we in het laatste licht van de dag doorrijden. Mathieu zijn fiets zit reeds in ons koffer wegens de vallende nacht en samen rijden we gezellig richting volgend stadje.
2 mei 2008, na bijna 9000 jaar inactiviteit, barst de vulkaan Chaitén in alle hevigheid Los. Een aswolk tot wel 30000 meter hoogte verstoorde grondig grote delen van Chili en Argentinië. Tot in Buenos Aires werd as waargenomen in de lucht. Het gelijknamige dorp Chaitén werd geëvacueerd en grotendeels vernietigd door de onstopbare stroom van lava en modder. Naast materiële schade aan Chaitén, leed ook het Pumalin natuurpark veel schade. Bossen rond de vulkaan zijn verdwenen en beginnen nu pas/al terug te herstellen. We bollen Chaitén binnen op een druilerige dag. Het lijkt maar niet te stoppen met gieten. Dat mag letterlijk genomen worden, want het regent hier veel, héél veel. Gemiddeld een 2400mm per jaar, ten opzichte van een slordige 800mm per jaar in België! Dit is wel het ideale klimaat voor het 'getemperd regenwoud' waarbij er volgens de definitie minstens 1400mm regen moet vallen en de temperatuur gemiddeld tussen 4 en 12 graden moet zijn. Eigenlijk dus te vergelijken met het Amazonewoud, maar dan koud(er) en zonder muggen.
Pumalin park bestaat vooral uit deze regenwouden en enkele vulkanen waaronder dus vulkaan Chaitén en een vulkaan met de onuitspreekbare naam; Michinmahuida. De natuur is overweldigend en houdt ons enkele dagen erg geboeid. Een groene muur van planten, watervallen die van verschillende hoogte naar beneden kletteren, de bedreigde alerce boom waarvan er exemplaren zijn die meer dan 3000 jaar oud en 70 meter hoog zijn, de Chaitén vulkaan met zijn krater van meer dan 3km doorsnede en 120m hoge lavaberg die nog steeds rookt. Als kers op de taart parkeren we de laatste avond ons busje op het strand, waar we 's morgens dolfijnen zien jagen in groep. Heerlijk!
![]() |
| aswolk van vulkaan Chaiten in 2008 |
| zoek de dolfijnen! |
Eilanden hebben op ons altijd al een bijzondere aantrekkingskracht gehad. Afgesneden zijn van de buitenwereld, de behouden tradities of folklore en de eigenwijze persoonlijkheden die er onvermijdelijk rondlopen. Chiloé (lees Chi-lo-é) is zo een mythisch eiland dat in één rechte lijn slechts 50km van Chaitén ligt. Het 190km lange en 50km brede eiland lijkt met enige overdrijving op een ander land. De Ferry brengt ons en onze Chevy naar Quellon, de zuidelijkste stad van het eiland. Het is hier dat de panamericana snelweg ontspringt of eindigt, hij loopt 22000km verder tot in Alaska. Daarbuiten niet erg veel bijzonder te zien en besluiten eerst de westkust van het eiland aan te doen. Voor het eerst in mijn leven een andere oceaan dan de Atlantische. Check! Verlaten duinen die kilometers doorlopen is ons decor voor de nacht, met een pintje in de hand kijken we naar de ontbranding van de golven die ritmisch op het strand rollen. Een romantische plaats! In de verte lijken we wel El Caleuche waar te nemen. El Caleuche is vergelijkbaar met de Vliegende Hollander uit onze folklore. Een helderwit spookschip met drie masten die gedurende de nacht ronddwaalt nabij de kusten van Chiloé en waar er altijd een dik feesje aan de gang lijkt. Eigenlijk dus Ibiza op nen boot. De bemanning bestaat uit verdronken zeelui die door drie mythologische wezens, de Chilote, naar het schip worden gebrachten. Chiloé is zo een eiland dat (denken we) vele toeristen links laten liggen. Eigenlijk ten onrechte, want je hebt er alles binnen handbereik voor een geslaagde week vakantie. Diverse natuur, cultuur en sportmogelijkheden. Dit allemaal op maximaal enkele uurtjes rijden van elkaar. Dit is ook het zalige aan Europa, alles is eigenlijk maar een boogscheut van elkaar verwijderd. Dat merk je natuurlijk pas als je in gigantische landen reist. Onze portie natuur bestaat uit een fikse strandwandeling op de eindeloze stranden aan de westzijde van het eiland. Na de bergen een welgekomen verandering in landschap. Ons cultuuruitje bestaat dan weer uit een pelgrimstocht (met de auto) langsheen de vele houten kerken van Chiloé, waarvan er 16 UNESCO werelderfgoed zijn. De kerken gebouwd in de 18de en 19de eeuw, zijn een mooi samengaan van de Jezuïeten cultuur uit Spanje en de plaatselijke bouwstijl op Chiloé. Ze zijn volledig gemaakt uit hout; van de vloer en steunpilaren tot de klokkentorens en daken. Het lokale hout, alerce, cipressen en nothofagus dombeyi, is ideaal voor het vochtige en regenachtige oceaan klimaat. Sommige kerken lijken na honderden jaren er nog steeds perfect uit te zien. De sleutels van verschillende kerken kunnen we simpelweg afhalen in de nabijgelegen dorpjes, maar het vinden van deze dorpen is dan weer een ander verhaal! Onze portie sport beoefenen we in de buurt van Ancud. We trotseren de woeste branding en golven met onze duokajak. Heel vermakelijk, zelfs nadat we het nog even aan de stok kregen met de zeevaart politie.
Op het smalste punt ligt Chiloé enkele kilometers van het vaste land verwijderd. Deze afstand kan alleen overbrugd worden door een ferry te nemen die er een twintigtal minuten over doet om aan de overkant te geraken. Voorlopig toch, want momenteel bouwt de Chileense regering aan een brug die de mobiliteit tussen eiland en vaste land moet verbeteren. De overgrote meerderheid van de inwoners van Chiloé zijn hier echter niet blij mee omdat ze vrezen zo de eigenheid van hun eiland te verliezen. Vermoedelijk is de 'verbeterde mobiliteit' ook maar een excuus, de echte reden blijkt maar eens te meer geld. Er werd immers enkele jaren geleden goud gevonden in de glooiende heuvels van Chiloé.
Na onze ferry staan we in een wip en een flik, voor het eerst sinds lang, terug in een echte stad, Puerto Montt. We winkelen er even en in een wip en een flik zijn we ook terug weg, want we vinden er maar niets aan. We hebben wel currysaus gevonden, yes! Op naar Cochamo!
![]() |
| Na de duokajak, twee éénpersoons kajakken |
In Cochamo, Yosemite of the South, hebben we het, na de zeevaart politie, ook voor het eerst aan de stok met de weergoden. We staan op een parking, aan het begin van de wandeling en het heeft quasi nonstop geregent sinds onze aankomst hier. In ons busje is het gelukkig gezellig en we laten de motor af en toe stationair draaien om het warm te krijgen. Sorry milieu... Maar het is al beduidend kouder dan twee weken geleden. We laten ons niet afschrikken en met verse ingevette schoenen (van den Dirk) vertrekken we voor een stevige wandeling. Na enkele uren stappen in de regen, zakt echter de moed of beter de modder en het water in onze schoenen. Gelukkig worden de weergoden juist op het goede moment terug beter gezind en vangen we een glimp op van de rotsformaties die de vallei domineren. Griet beaambt de gelijkenis met Yosemite en we prijzen ons gelukkig dat hier niet zoveel toeristen rondlopen als daar. Eigenlijk gewoonweg niemand. Terug in onze mini mobilhome kruipen we dicht tegen elkaar aan en verwarmen we ons aan het idee dat we morgen in natuurlijk warm water zullen liggen.
De termen van Ralun zijn niet te vinden in toeristenboeken of op het internet en als snel kwamen we te weten hoe dat kwam. Het was gewoon een 'gat in de grond dat stinkt' naast de rivier. Een lokale inwoner brengt ons met een bootje naar de overkant en loopt even met ons mee naar de 'termen'. Hij schiet zijn kleren uit en begint zich gewoonweg te wassen. Moet ook gebeuren! We kunnen het komische van de situatie wel inzien en genieten dan ook van ons warm badje. Voor mij is het de eerste keer in natuurlijk warm water en ben gefascineerd door de hete ondergrond. Een klein putje graven gaat slechts tot vijf centimeter, anders verbrand je je pollekes. Onze local vertelt zelfs dat er hele rivieren warm zijn. Ze ontspringen in de kern van vulkanen en zijn zo heet dat je er absoluut niet in kunt.
De meeste Bergen in de regio Los Lagos, waar we nu aan het rondrijden zijn, zijn in feite uitgedoofde vulkanen. Eén van de spectaculairste is de Osorno vulkaan die met zijn 2652m de wijde, vlakke omgeving domineert. De gigantische besneeuwde puist die op mooie dagen al te zien is vanuit Chiloé heeft hierdoor een enorme aantrekkingskracht, die wij niet kunnen weerstaan. Via een geasfalteerde col, die een aankomst in de Tour de France waardig zou zijn, komen we aan de voet van het kleine skistation op de vulkaan. Aangezien de vulkaan al slaapt sinds 1869, kan je hier in de winter via een tergend traag liftje enkele pistes afdenderen. Wij wandelen naar boven omdat de lift te veel kost naar ons goesting en kunnen zo ook beter de vulkaan en zijn specifiek landschap absorberen. De weg terug naar beneden bleek zelfs sneller te voet te gaan dan met de stoeltjeslift.
San Carlos de Bariloche in Argentinië is het Sankt Moritz van Zuid-Amerika en de omgeving wordt ook vaak vergeleken met de Zwitserse Alpen. De architectuur evolueerde in de jaren 30 en 40 door toedoen van vele Zwitserse, Duitse inwijkelingen naar een meer Europees model. Dezer dagen komt vooral de elite uit de wereld, zoals President Obama, naar hier om te genieten van hun vakantie. Een perfecte plaats voor ons dus! We doen er wat we het best kunnen: wandelen. We verlaten onze Chevy voor twee dagen en trekken voor het eerst naar een berghut om er te slapen. Aangezien het laagseizoen is, zitten we slechts met twee andere hikers in de refugio. We worden gezelschap gehouden door drie Condors, de grootste landvogel ter wereld met een maximale spanwijdte van 3,5m. Wanneer ze ons komen groeten, maken ze een hels kabaal dat ter vergelijken is met een vlieger in sterke wind. De tweede dag lopen we wat verloren in de mist, gelukkig brengt onze app 'maps.me' ons terug op het rechte pad. Enkele uren later staan we op onze eerste échte top in de Andes, een kleine 2000m hoog! In het afdalen komen we Nicolas tegen, een Argentijn die samen met zijn vriend in Bariloche city woont en we geraken aan de praat. We geven hem een lift naar zijn huis en wij mogen als wederdienst een douchke pakken. Zalig na een vijftal dagen zonder. Van het ene komt het andere en uiteindelijk dineren we samen en mogen we zelfs blijven slapen. Heerlijk om zo spontaan nieuwe 'vrienden' te maken!
Af en toe eens hitchhikers meenemen in onze bus, schept dus heel wat nieuwe vriendschappen. Zo worden we uitgenodigd door Alyssa en Franco voor een 'asado' in Púcon, het stadje waar Franco woont. Dit voorstel kunnen we moeilijk laten varen. Aangekomen in Púcon, kopen we Belgische Leffes en schuiven onze voetjes mee onder de familietafel. De vader des huizes is al even bezig het vlees te bereiden. Twee uur lang zit hij op een stoel naast zijn braadstel, het vlees te bestuderen, te verdraaien en bij te kruiden met zout, véél zout, dit onder begeleiding van een pintje of 2,3,... De moeder des huizes voorziet iedereen van drank, genoeg drank, dit hoort nu eenmaal bij een typische Chileense asado. Nog een niet te vergeten eigenschap van dit fenomeen; 'iedereen is welkom', zo komt een oude schoolvriend van Franco ons ook nog vergezellen. We komen niets te kort, er is zo'n 500gram vlees per persoon gerekend, een hele berg aardappelen en brood. De tomaten en sla zijn schaars en staan er enkel om ons te plezieren zo lijkt. Vele biertjes, wijntjes, vleesjes later, kruipen we een vers opgemaakt éénpersoonsbedje in. 's Morgens worden we gewekt door een super dorstig gevoel, hoe kan het ook anders met dat zout. We verkennen Púcon een beetje en 's middags maken we van de kilo's vlees overschot, een 'after BBQ soep' of te wel een 'El ajiaco Chileno', een stevige soep, perfect om de kater weg te werken. Púcon kan je moeilijk passeren zonder een keer te Baden in hun alom bekende thermen. We bezoeken deze natuurlijke verwarmde baden in perfecte omstandigheden, later op de avond, het is frisjes en regenachtig en we voorzien onszelf van een brik plaatselijke Chileense wijn. Terwijl Alysse en ik genieten van de hitte onder de sterrenhemel, komt de macho in Maarten en Franco naar boven. Een plonske in de ijskoude rivier, gecreëerd door gletsjerwater, die zich naast de baden bevindt, wordt dus voor hun een feit, respect!
Vanuit Púcon rijden we in één rechte lijn naar Valparaíso, zo'n grove 600km. We hebben geluk, er is asfalt, er is zelfs een autostrade én er is peage. Welkom in de bewoonde wereld. Valparaíso is de grootste havenstad van Chili die zich op een 70km ten westen van de hoofdstad bevindt. De stad ligt op steile hellingen die uitkomen in de Grote Oceaan en een natuurlijk amfitheater vormen. In de binnenstad vind je veel architecturaal en cultureel erfgoed uit de 19de eeuw. Na een blitsbezoek aan de historische wijk met zijn hipster koffiebarretjes, begrijpen we meteen waarom deze wijk mee op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat.
Dat Chili een wijnland is, staat alom bekend. Een bezoek aan één van hun wijngaarden kan dus zeker niet ontbreken. De laatste pitstop is voor Vallée casa Blanca, één van de wijnregio's in Chili. Hier laten we ons onderdompelen in niet het eerste beste wijnbedrijf, maar kiezen voor Viñedos Origanos Emiliana of kortweg Emiliana. Het eerste bio gecertificeerde wijnbedrijf in Chili, sinds 1998 zijn ze geheel overgeschakeld op organisch en biologisch dynamische wijnbouw. We bekijken de ecologische velden die rond de wijngaard liggen. Ongedierte bestrijden ze met ganzen, kippen en insecten die ze aantrekken met onder andere bloemen velden. Hun bemesting bestaat uit preparaten van bloemen en kruidenmengsels. Gelijk echte wijnkenners degousteren we nog enkele glaasjes na. Wanneer deze geledigd zijn, zoeken we een mooie plaats tussen de wijnvelden om onze laatste nacht in ons busje door te brengen. Terwijl we ons best doen om ons laatste goedkope brik wijn soldaat te maken, komt de wijnboer zijn gaard afsluiten. Gelukkig komt de boer ons 's morgens ook weer bevrijden en kunnen we richting Santiago vertrekken.
Het moest er eens van komen... 36 dagen lang ons huis, ons vervoersmiddel, onze vrijheid. Met pijn in het hart rijden we met onze Chevy het centrum van Santiago binnen, zoekend naar zijn stal. Hier laten we de stalen ros achter en laden onze backpacks weer op onze rug. We wandelen de stad in en voelen het snel al wat nat worden onder onze voeten, gelukkig enkel letterlijk. Perfecte timing in Santiago. Door de erge regenval van de voorbije dagen, is de Mapocho rivier, die doorheen de stad loopt uit zijn oevers getreden. De stad staat deels blank. Wanneer Christian (de local bij wie we verblijven) de TV aanzet, is er maar één gespreksonderwerp in het journaal; de overstromingen. Ruim vier miljoen mensen zitten zonder water, gelukkig overnachten we in het gedeelte van de stad dat niet getroffen is. Dag één besluiten we dus maar een indoor activiteit te doen. Het museum van geheugen en mensenrechten. Dit museum geeft de dictatuur van Pinochet weer aan de hand van vele aangrijpende videofragmenten, foto's, teksten, knipsels... Van mensen die de martelingen al dan niet overleefd hebben. Maar waar we even helemaal stil van worden is de laatste toespraak van president Salvador Allende, vlak voor zijn dood.
De stad droogt stilaan op, Santiago staat niet meer in rep en roer... Totdat Patricio Ayluin sterft. De eerste democratisch verkozen president na het herstel van de dictatuur van Pinochet. Santiago maakt zich klaar voor een staatsbegrafenis en wij kijken toe. Het 86ha grote kerkhof met meer dan 2 miljoen overleden is een echte stadsattractie. Aan de balie kan je de begraafplaats van de persoon in kwestie opvragen. De exacte plaats van het graf komt enkele minuten later op het scherm, ferm gemakkelijk! Mensen komen hier wandelen, hangen, bezinnen, zelfs eens een pintje drinken met hun dierbare overledene. Voor vele begraafplaatsen zie je glazen, leeg of vol. De band tussen levenden en doden is nog net iets anders als bij ons. Een dag in Santiago krijg je best goed gevuld met kuieren op de plaatselijke marktjes, van groetenmarkt, artisanale markt, vismarkt. voor ieder wat wils. Op deze laatste markt houden we 's middags even halt in het restaurant van 'Tio Willy' ofwel 'Nonkel Willy'. Zoals een echte nonkel hoort te doen, voorziet hij ons van goed eten en veel drinken. We nuttigen hier onze eerste, van de vele, pisco sours. Onze lunch wordt helemaal afgewerkt met een achtergrondmuziekje live gebracht door plaatselijke muziekanten. Aangezien we die bergmicrobe maar niet uit ons bloed krijgen, zullen we er maar aan tegemoet komen. Een berg vinden we niet meteen, maar Santiago beschikt wel over een bedrijvige heuvel Cerro San Christobal. Een groene heuvel in het midden van de stad, waar veel sportliefhebbers hun hartje kunnen ophalen met zwemmen, fietsen, ... Wij verkiezen een wandeling te maken bij avondval naar zijn top. Daar worden we beloond met een prachtig panorama over Santiago.
Calama, de poort naar de woestijn en één van de droogte steden op aarde. De stad op zich niet veel bijzonders, maar Chuquicamata daarentegen... Dit dorp ligt zo'n 16km van Calama en trekt alle aandacht met zijn open kopermijn, één van de grootste ter wereld. We worden haast van onze sokken geblazen als we in de immense mijnput arriveren. 5km x 2,5km x 900m diep, maar waar onze mond helemaal van openvalt zijn de 150 reuzevrachtwagens die constant heen en weer rijden met gesteente. Hun banden zijn op zich vier meter hoog en elke band is 30000 dollar waard, die dan weer slechts vier maanden meegaat. Een dure grap om platte band te rijden! De mijn draagt de naam van het naburige dorpje dat geheel was ingericht voor de mijnwerkers en hun familie, inclusief school, hospitaal, sportvoorzieningen. In 2003 moest het dorp sluiten wegens gezondheidsredenen en vele zieke werknemers verhuisden naar Calama. We krijgen een gek gevoel als we dit verlaten dorp bezoeken. We denken dat je het je kan vergelijken met Doel. Jaarlijks produceert de Chiquimata kopermijn zo'n half miljoen ton koper. Een topper dus voor de Chileense economie, maar ten koste van vele lensenlevens
Op naar Bolivia!





