dinsdag 3 mei 2016

Vuurland en Patagonië



geel = openbaar vervoer , rood = busje




Ushuaia

Na 35 dagen reizen, vliegen we vanuit Rio de Janeiro, via een tussenstop in Buenos Aires, naar Ushuaia. De zuidelijkste stad ter wereld, 'Fin del Mundo'! Deze leuze is natuurlijk meer een marketing stunt dan werkelijkheid. Zo is er nog het dorpje Puerto Williams dat zuidelijker ligt of is er nog een permanente (leger)basis op een van de eilanden. Maar toch, we zitten slechts 1000 km van Antartica!

Bij onze aankomst in Ushuaia stappen we een andere wereld in. De luchthaven lijkt een groot uitgevallen Zwitserse chalet, mensen dragen warme 'outdoor' kleren en ... Ze spreken Spaans. Eindelijk kunnen we ons redelijk verstaanbaar maken. We delen een taxi met twee andere Europese toeristen en kloppen tegen 22u aan bij onze gastheer en vrouw, Hernan en Mirta. Samen hebben ze een klein huisje waarvan er een klein kamertje van 2m op 3m vrij is. Dit zal onze verblijfplaats zijn voor vijf nachten. Hoewel erg klein, maakt de gastvrijheid alles goed.

Voor het eerst moeten we een lange broek en trui uit onze rugzak trekken. Het is zomer, maar toch slechts een tiental graden. Na een maand in de hitte geleefd te hebben, vinden we dit echter heel erg aangenaam. Blijkt trouwens dat de winter in Vuurland, Ushuaia niet extreem koud is, wat wij afhankelijk wel dachten. Door de aanwezigheid van de zeeën / oceanen zakt de gemiddelde temperatuur tot slechts een 1.5° C in 'putteke' winter. Kouder dan -10 graden komt niet vaak voor.

Met zijn 60000 inwoners trekt Ushuaia twee soorten toeristen. De backpackers, zoals wij, die vooral op doortocht zijn naar Patagonië en de 'cruise' toeristen. Lees: rijke buitenlanders die 's morgens aanmeren, een souvenier kopen in de belangrijkste winkelstraat, als het nog even kan een korte busrit in de stad maken en dan 's avonds terug vertrekken met hun giga boot. (Maar toegegeven, zo'n boot is best indrukwekkend om te zien.)

Tijdens onze kleine week in Ushuaia trekken we regelmatig onze bergschoenen aan en verkennen we de bergen die het landschap rond het stadje domineren. Liften in deze streek is betrekkelijk gemakkelijk en brengt ons naar een wat meer afgelegen omgeving. Naast onze bergschoenen, trekken we onze 'stoute' en/of  avontuurlijke schoenen aan en proberen we enkele bergtoppen te bereiken. Heerlijk gevoel om ergens te staan waarvan je weet dat er slechts enkele mensen per jaar komen.

Aangezien pinguïns bij ons beide op onze wishlist staat, laten we ons ook verleiden om een toeristische tocht te maken naar een eiland met meer dan 20000 van deze diertjes. Voor we het beseffen, staan we op een strand, slechts enkele meters van de pinguïns. Erg speciaal gevoel om in het wild zo dicht bij zulke schattigaards te staan. Hier laten we door onze gids vertellen over het leven van pinguïns: Rond september/oktober komen de mannen telkens naar dat specifiek eiland omdat de bodem er zacht genoeg is om te graven. Oudere mannetjes zoeken hun nest van vorig jaar op, nieuwe mannetjes maken een gloednieuw nestje en onderling verkopen ze wat ventenklap. Na enkele weken arriveren ook de vrouwtjes. Getrouwde vrouwtjes gaan naar hun partners terug die ze herkennen via hun specifiek geluid. De singles onder de vrouwtjes doen een toerreke langs de nieuwe nesten en kiezen er een uit die hen het meest aanstaat. Hierna spelen alle pinguïns 'man en vrouw', worden er eieren gelegd, worden baby's opgevoed en vertrekken ze na zes maanden terug de zee in. Mannetjes apart, vrouwtjes apart, zes maanden lang...

Na een kleine week wandelen, toeristen, taffelen en erop uit trekken met onze gastfamilie, verlangen we naar andere horizonten. 's Avonds kopen we een busticketje voor de bus die dagelijk rijdt tussen Ushuaia en Punta Arenas. Althans... dat proberen we. De bus blijkt niet dagelijks te rijden en bij de busmaatschappij die de dag erop vertrekt, worden we geweigerd omdat we onze paspoorten niet bij hebben. Hoewel we ons wel konden identificeren met identiteitskaart, onze paspoorten ook online stonden, etc... prachtig staaltje ambtenaarij. Wij dus al in zak en as omdat we niet op zaterdag in Punta Arenas zullen geraken; de dag dat we ons busje moeten ophalen. Daarenboven is de autoverhuurmaatschappij op zondag dicht en zouden we dus nog staan koekeloeren tot maandag in Punta Arenas. Gelukkig was dit zonder onze gastheer Hernan gerekend: samen met hem staan we om vier uur 's morgens op om richting vertrekkende bus te gaan in het centrum. Een tiental minuutjes praat Hernan, al slurpend van de maté, met de buschauffeur en hop we zitten op de bus richting Punta Arenas. Eeuwig dank!

Aan de grens met chili en Argentinië maken we voor het eerst kennis met de wind in Patagonië. Terwijl we de bus uitstappen om de nodige stempels te verzamelen in het duanekantoor, beukt de wind er vol op los. Alles wat los hangt vliegt onverbiddelijk weg. Een uur later stopt de bus aan de ferryterminal. De buschauffeur neemt zijn microfoon: "De ferry vaart niet door de hevige wind, dus wachten we hier tot de rukwinden gaan liggen. Ze verwachten dat dit rond 18uur zal zijn." Het is 14u. Zo gezegd, zo geschiedde. Na enkele uren lezen, rondslenteren en slapen, zitten we omstreeks 19u op de ferry en rond 22u vinden we een hostel in Punta Arenas. Hier ploffen we in ons bedje en ontmoeten we nog een Duitser, André, die dezelfde weg heeft afgelegd.



de ananas, Mirta, Hernan, Argentijnse frietjes en bier!

bever + beverdam








Nog altijd samen...



36 dagen 'on the road'      Punta Arenas - Santiago

Volgende dag is het zover: we halen met een klein hartje ons gepimpt busje op in Punta Arenas. Met een klein hartje, omdat we niet 100 procent weten wat we moeten verwachten. Op internet circuleren zowel goede als slechte verhalen. Gelukkig valt alles super mee. We krijgen een Chevrolet N300, met 1.2 benzinemotor, onder ons poepke geschoven. Een basismodel hier in Chili, maar het heeft alles wat nodig is om te rijden. Vier wielen, stuur (zonder bekrachtiging), gas en rem! De achterbank van onze Chevy is aanpasbaar. Overdag ruimte voor een tafeltje inclusief opbergruimte, 's nachts een, voor onze grote, kingsize bed. De buitenzijde zal de meeste aandacht opeisen tijdens onze trip. Alle Wicked busjes hebben immers graffitikunst. Ons kunstwerk bestaat uit een 'homeless guy'
 die aan de andere kant warmte zoekt bij de meisjes van plezier met citaat 'Si no tienes nada, no tienes nada que perder. Als je niets hebt, heb je niets te verliezen.' Het is beter dan sommige andere busjes met citaten als: 'Hunk if you had sex last night' of  'Someone who shares his marihuana, is not your friend, but your brother. Legalize it!' Ter plekke raken we nog aan de praat met een Oekrainer die dezelfde weg als ons heeft afgelegd, maar dan in tegenovergestelde richting. Hij overlaadt ons met spullen die hij niet meer nodig heeft. gsmhouder, gasbussen, eten, kaarten, een slaapzak en bovenal twee zalige apps. IOverlander en Maps.me. Het eerste wordt gebruikt door campers. In deze app zetten reizigers hun mooiste overnachtingsplekken op een kaart, inclusief info over de omgeving. Het tweede is een offline navigatiesysteem dat zeer gedetailleerd is, tot wandelpaden toe. We zetten onze oekrainer af in zijn hostel, bellen de papa van Griet om drie uur 's nachts nog uit zijn bed omdat we problemen hebben met onze visa en hierna zijn we dan echt vertrokken.






De eerste kilometers zijn dadelijk niet van de poes. De wind beukt er goed op los en het lijkt of ons busje telkens zijwaartse zweepslagen krijgt. Heel gerust zijn we niet, want al eerder zagen we in de krant een omgekantelde vrachtwagen. Gelukkig halen we veilig onze eerste stop, Puerto Natales. Een 250km verder naar het noorden. Een rustig (toeristisch) dorpje, waar ook wij het kalmpjes aandoen. Handschoenen kopen, auto ordenen, koffietje drinken en onze eerste pasta koken. De eerste van velen! Oh, we kopen nog 'snel' een Chileense simkaart voor noodgevallen. Nu ja, snel. We stappen de winkel van de lokale provider 'Movistar' binnen... Maar blijkt dat je hier geen simkaart kunt kopen, dit moet je in een plaatselijke computerwinkel halen. Hop naar de computerwinkel om een sim te bemachtigen; gelukt... Maar blijkt dat deze geactiveerd moet worden. Wij terug naar de Movistar winkel... Maar blijkt dat zij dat niet kunnen en dat er een tweede Movistar winkel is in het dorp waar ze dit wel kunnen. Gelukkig vinden we deze winkel en laten we onze simkaart activeren... Maar blijkt dat we in de apotheek van het dorp geld op onze sim moeten laten zetten. En ja hoor, we vinden de apotheek en herladen onze simkaart... Maar blijkt dat we zelf via ons gsm nog een 'internet' of  'bel' pakket moeten kopen. Dit lukt ons gelukkig ook en na een tweetal uur rondlopen, kunnen we eindelijk vertrekken naar onze eerste echte bestemming, nationaal park Torres del Paine. Welke dadelijk de bekenste locatie is in Patagonië.

Het park heeft met zijn 240ha een zeer divers landschap, gaande van steppe, rivieren, gletsjers tot zijn fotogenieke 'Torres del Paine' granieten bergpieken. De meeste toeristen kiezen hier om een 3/4 daagse trektocht te doen, maar wij beslissen om enkel dagtochten te doen aangezien we graag in ons busje slapen. Dit blijkt geen verkeerde keuze. Met zijn 150000 toeristen per jaar is het op bepaalde momenten echt druk op de wandelpaden. Luidruchtige (oninteressante) Amerikanen en toeristen op Nike of Stan Smith schoenen zorgen er voor dat wij onze wandelstrategie aanpassen. Wanneer andere toeristen nog lekker in hun slaapzakje liggen te knorren, zijn wij al vanaf het ochtendgloren aan het stappen. De rustigste en vaak mooiste momenten. We wandelen een viertal dagen in en rond het park en laten ons een beetje leiden door het moment. Zo krijg ikzelf een accute aanval van compensatie drang aangezien wij 'maar' dagtochten doen en die 'pantoffel toeristen' een meerdaagse trektocht. 12 uur, 40km en 1300 hoogtemeters later blijkt onze wandelhonger gelukkig ook gestilt. Met een voldaan gevoel kunnen we de motor van ons busje starten en hobbelen we op de Chileense grindwegen richtig El Calafate, Argentinië.

stevig windje





pinteke verdiend!




Ook El calafate leeft van het toerisme. Dit is niet zo verwonderlijk met een natuurfenomeen dat van heinde en ver bekend is en dat van dichtbij alle verbeelding tart: de Perito Moreno gletsjer. In tegenstelling tot Torres del Paine is een basisconditie niet vereist om de gletsjer te bezoeken, dit vertaald zich in vele rijke(re) toeristen en dito prijzen. Gelukkig vinden we een aangenaam gratis spotje aan het water om ons stalen ros op vier wielen te stallen. Ideale plek. We hebben geluk, we kunnen internet kapen van een naburig hotel. In Brazilië hadden we ons door een toeriste al laten vertellen dat het ook mogelijk is om op de Perito Moreno gletsjer te gaan. Voor haar het hoogtepunt van Patagonië... Wij heel erg nieuwsgierig natuurlijk. We beslissen dan ook maar ineens all the way te gaan en de Big Ice vast te leggen. Een vier uur durende tocht op de gletsjer, inclusief boottocht. Een activiteit die een grote hap uit ons dagbudget neemt, maar waar ter wereld kan men nog op zo'n gigantische gletsjer staan? Liever een maand vroeger naar huis, dan achteraf spijt te moeten hebben door gemiste kansen. Vol spanning voor wat komen zal, kuieren we nog wat rond in El Calafate. Daar lopen we onze Duitse vriend André tegen het lijf. We babbelen wat en bieden hem een lift aan naar de gletsjer en eveneens naar onze volgende bestemming El Chaltén.

Terwijl we de volgende dag de Perito Moreno gletsjer naderen met de boot, realiseren we ons pas echt hoe overdonderend zijn omvang wel is. 5 km breed en 30km lang. Bij de monding torent het ijs 70 meter boven het water uit en heeft het een totale dikte van 170 meter. Hogerop bereikt zelfs een dikte van 700m. De 250 km² grote Perito Moreno is echter maar één van de 48 gletsjers die deel uitmaakt van het 'Zuid Patagonische ijsveld'. 16800 km² groot of meer dan 3 miljoen voetbalvelden.... Eén van de grootste voorraden zoet water op de wereld buiten de polen. We vallen van de ene verbazing in de andere tijdens onze wandeling richting het beginpunt van onze gletsjertocht. Het ijs blijkt gemiddeld 1 á 2m op te schuiven, tot wel 700m per jaar. Het ijs is dus maar tussen de 50 en 150 jaar oud. En wij maar denken dat het al tienduizenden jaren oud was. Eindelijk is het dan zover, we krijgen stijgijzers en valbescherming aangebonden en begeven ons op het ijs. Vier surrealistisch uren stappen en klimmen we op ijs, over spleten en onder ijsbruggen. We horen het ijs kraken en in de verte afbreken, wat voelen we ons heel erg klein, staande op zulk natuurpracht. Een wiskey on the rocks (van de gletsjer) later, nemen we nog een kijkje dichter bij de monding van Perito Moreno. Hier genieten we nog even van de stilte die onderbroken wordt door gekraak van afbrekend ijs. Spijtig voor ons geen giga ijsblokken, maar dat kan de sfeer niet kraken... Op naar El Chaltén.